HET VERHAAL VAN DE HAMMOND X-66

Tekst: Piet Leo
Artikel uit Turning Wheel 2010-1

Model X-66 tonewheel (12 toonwielen ttl). Top of the line model, dat wat betreft muzikaliteit, presentatie en toegepaste techniek zijn tijd vér vooruit was.
A-versie: Mei 1965-Mei 1968
B-versie: 1968-1972
Meubel ontwikkeld door een project met studenten.

Hammond heeft altijd de populariteitspolls aangevoerd onder theaterorganisten als Eddy Layton, George Wright etc... In de regel speelden zij op de grote theaterorgels in stadions en rollerskate rinks, maar daarbuiten speelden zij ook veel in clubs en bij andere gelegenheden. Daarvoor was de Hammond ideaal.

Door de handelbaarheid en betrouwbaarheid van het toenmalige model A genoot Hammond hun voorkeur boven orgels van andere merken. Toen op zeker moment andere merken als Baldwin en Lowrey hun orgels gingen verbeteren en met meer theaterorgelklanken gingen uitrusten, besloot het management van Hammond het Project X-66 te starten. De naam van het project is tevens de naam van het nieuwe model geworden, wat eigenlijk niet gebruikelijk is.

Geen 'horseshoe' consolemodel

Het verhaal van de X-66 begint in 1960, vijf jaar voor de introductiedatum. Hoewel marktonderzoek had uitgewezen dat er bij de ontwikkeling van een nieuw Hammond orgel een voorkeur zou bestaan voor het bekende 'horseshoe' console model, besloot het management van Hammond daartoe toch niet over te gaan, omdat men verwachtte dat zo'n model zich niet zou vertalen in voldoende verkoopresultaten.
Daarop is besloten een wedstrijd uit te schrijven voor de afstuderende studenten van de 'Chicago Art Institute'. Aan de studenten werd gevraagd om de fantasie volledig de vrije loop te laten. De beste ontwerpen die hieruit zijn voortgekomen, werden aan een panel van toporganisten voorgelegd. Tot ieders verrassing is unaniem gekozen voor een nieuw orgel in een futuristisch uiterlijk.
Daarop is er jaar na jaar aan het nieuwe instrument gewerkt en ontwikkeld. Alle bestaande Hammondtechnieken werden toegepast, waaronder de Novachord techniek. Er werden veel onderdelen en technieken nieuw ontworpen, maar er werden tijdens de ontwikkeling ook uitvindingen afgewezen.

Het ultieme instrument

In 1965 was het instrument speelklaar, uiterlijk uitgevoerd in een futuristische look en inwendig uitgevoerd met voor die tijd revolutionaire nieuwe technieken, zodat de X-66 koploper in zijn klasse zou zijn. Volgens de Hammond Organ Company was de X-66 het ultieme instrument dat iedere competitie met de concurrentie zou kunnen aangaan.
De X-66 kan dan ook bespeeld worden als een andere Hammond, maar ook als een ander elektronisch orgel.

Onderstaand enkele productiefoto's van de Hammond X-66


 


Hieronder nog een aantal fraaie statiefoto's

 

Hieronder oude folders:

 

X-66 met Hammond rhythm-II-schuiflade rechtsonder

 

De strak vormgegeven achterkant, zodat het orgel ook vrij in de ruimte kon staan.

 

X-66 met twee originele cabinetten

 

Origineel X-66 tooncabinet

 

De X-66 vouwfolder

 

Op de foto hierboven zien we onderaan de oorspronkelijke toetsen van de X-66

 

Geupgrade X-66 linker bakstukken

 

Hieronder de totaal omgebouwde X-66 van Melvin Seals.

 

En de absolute ombouw-winnaar: Deze orgelchirurg integreerde een complete MINI-MOOG in zijn X-66!

Hieronder een live opname op een X-66:
https://www.youtube.com/watch?v=-gfdRIbK2lA&feature=related

En deze is ook de moeite waard:
https://www.youtube.com/watch?v=-gfdRIbK2lA

Voor X portables zie in deze encyclopedie onder portables X Serie

Hammond heeft altijd de populariteitspolls aangevoerd onder theaterorganisten als Eddy Layton:

George Wright :