Uitvinder Laurens Hammond

Laurens Hammond is de uitvinder van het Hammondorgel. Hij werd geboren op 11 januari 1895 in Evanston (Illinois, USA) en genoot een technische opleiding die uitmondde in een graad in mechanical engineering aan de Cornell University. Voordat hij zich met het Hammondorgel ging bezighouden, deed hij al aan aantal uitvindingen zoals een automatische bridgetafel, de bekende kartonnen brilletjes met een groen en rood glas om 3D-films te bekijken en de synchroonmotor.
De synchroonmotor is een elektromotor die draait met een snelheid die afhankelijk is van de netfrequentie. Aangezien de netfrequentie heel constant wordt gehouden, draait de motor dus ook heel constant. Daarom werd deze motor door Laurens Hammond gebruikt om elektrische klokken aan te drijven. De klokkenbusiness startte hij in 1928 en er zijn zeer veel modellen van de Hammondklok gemaakt.

In 1933 verlegde hij zijn aandacht naar de productie van elektrische orgels. Laurens Hammond was naast een goed technicus ook een briljant zakenman. Hij dacht dat het mogelijk moest zijn om de dure en onderhoudsintensieve pijporgels te vervangen door een goedkopere elektrische equivalent en dat daar een enorme markt voor moest zijn. Hij kocht een oude piano, gooide alles weg behalve het toetsenbord. Hij begon te experimenteren met allerlei schakelingen en kwam uiteindelijk uit op een zogeheten toonwielgenerator, aangedreven door een synchroonmotor.
Omdat Laurens Hammond zelf geen muzikale achtergrond had, zocht hij hulp bij de musicus W.L. Lahey, die kerkorganist was. Het patent voor het Hammondorgel werd in 1934 aangevraagd en werd een paar maanden later al toegekend. Dit gebeurde zo snel omdat men hoopte dat de productie van het Hammondorgel voor veel werkgelegenheid zou zorgen. In de Verenigde Staten heerste op dat moment de grote depressie die voor massale werkeloosheid zorgde.
Laurens Hammond bleef president-directeur van het bedrijf tot 1955, waarna hij zijn functie neerlegde om zich op de research te concentreren. In 1960, op de leeftijd van 65 jaar, stopte hij met werken en trok zich geheel terug uit de orgelbusiness. Hij overleed op 78-jarige leeftijd in 1973. Hij was schatrijk geworden en had over de hele wereld villa's en buitenhuizen. Toen hij stierf, had hij in totaal 110 patenten op zijn naam staan.



