MIJN FAVORIETE ORGANIST: KEITH EMERSON

Tekst: Gertjan Buunk
Artikel uit Turning Wheel 2009-1


'Mijn favoriete organist' is een nieuwe serie in Turning Wheel. Veel leden hebben één of meerdere favoriete organisten waar andere leden misschien nog nooit van gehoord hebben. Maar die ze wellicht zeer de moeite waard zullen vinden. Dat is het idee achter deze serie. Gertjan Buunk doet de aftrap met Keith Emerson.

Keith Emerson wordt door velen beschouwd als een keyboardlegende. Hij is een belangrijke figuur in de popmuziek en is voortgekomen uit de rockscene van de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij is bekend als één van de leiders in de beweging van de progressieve rock, waarbij hij rock & roll combineerde met een caleidoscoop van muzikale stijlen zoals klassiek, jazz en wereldmuziek. Hij is een virtuoos op allerlei toetsinstrumenten als piano, Hammondorgel en synthesizer. Zijn benadering van de toetsen is door velen gekopieerd.  Zowel met The Nice als met Emerson, Lake & Palmer, heeft Emerson één van de meest vooruitstrevende en interessante muziek in de rockgeschiedenis geschreven en opgenomen. Qua virtuositeit en spelbeheersing komen in de popmuziek alleen Patrick Moraz en Rick Wakeman in de buurt.

Jeugd

Keith Emerson is geboren op 2 november 1944 in Todmorden, Lancashire, Engeland. Hij was al op zijn veertiende een pianosensatie in zijn woonplaats Worthing, Sussex. Toen hij wat ouder was, verhuisde hij naar Londen en sloot zich aan bij de V.I.P.S.’s en later bij Gary Farr and the T-Bones. De laatstgenoemde band begeleidde hun mentor T-Bone Walker  tijdens optredens in de legendarische Marquee Club in Londen en toerde door Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië.
Artiesten waardoor Emerson in die tijd werd beïnvloed waren veelal jazzmusici zoals Fats Waller, Oscar Peterson, Dave Brubeck, Jack McDuff en Big John Patton. Ook werd hij beïnvloed door klassieke componisten als Bach, Aaron Copland, Demetri Shostakovich, Bela Bartok en Alberto Ginestera.

The Nice

Na zijn twintigste formeerde Emerson het kwartet The Nice, met bassist/zanger Lee Jackson, drummer Brian Davison en gitarist Davis O'List. Deze band begeleidde voormalig Ike and Tina Turner zangeres P.P. Arnold. Solo pakte de band uit met een unieke mix van klassieke muziek, blues, jazz en rock. Emerson speelde in die tijd op een Hammond L100 en hij werd spoedig bekend door zijn extravagante stageact en virtuoze spel.
The Nice bracht een aantal albums uit en speelde onder meer met het Sinfonia of Londen, een klassiek orkest, waarmee ze het album Five Bridges opnamen. In deze tijd kwam Emerson in contact met de Moog synthesizer door het album Switched on Bach van Walter Carlos. Vrij snel na het horen van dit album nam Emerson contact op met Dr. Robert Moog, de uitvinder van dit instrument en hij kocht een Moog modulaire synthesizer.  

Emerson, Lake & Palmer

In 1970 werd The Nice ontbonden en formeerde Emerson de legendarische groep Emerson, Lake & Palmer met bassist/zanger Greg Lake en drummer Carl Palmer. Zij werden zeer enthousiast door het publiek ontvangen tijdens hun eerste optreden ter gelegenheid van het Isle of Wight Festival. Zij speelden daar een gloedvolle rockbewerking van de compositie Pictures At An Exhibition van de klassieke componist Mussorgsky. Hun eerste album was getiteld Emerson, Lake & Palmer met daarop de single Lucky Man. Op deze single werd voor het eerst in de popmuziek de synthesizer gebruikt.  Emerson was ook de eerste toetsenist die met dit instrument op toernee ging. Het was een zeer groot instrument dat geplaatst was op zijn Hammond C3.  Ook de oude Hammond L100 ging mee op tournee, maar die werd vrijwel alleen gebruikt voor zijn stageact. Zoals vorige ledendag te zien is geweest, smeet Emerson dit orgel over het podium, trok aan de ingewanden, stak messen in het klavier en ging onder het orgel liggen, terwijl hij achterstevoren speelde.

500.000 man publiek

De band veroverde stormenderhand de wereld en bracht tussen 1970 en 1977 zes albums uit die zonder uitzondering platina werden: E,L & P, Tarkus, Trilogy, Brain Salad Surgery, Welcome Back My Friends to the Show that never Ends en Works Vol. 1. De band toerde over de hele wereld en trad op in grote stadions. Ze waren de hoofdattractie van het festival California Jam in 1974, waar ze speelden voor een publiek van maar liefst 500.000 man.
Later gingen ze op toernee mee een groot orkest, waarmee ze Emerson's compositie Piano Concerto No. 1 opvoerden. Vervolgens gingen ze weer als trio op pad en brachten nog twee albums uit: Works Vol. 2 en Love Beach. Daarna werd in 1979 de band ontbonden, vanwege tegenvallende plaatverkopen.
In 1992 kwam ELP weer bij elkaar en bracht het kritisch ontvangen album Black Moon uit. Daarna volgende weer wereldtoernees waaruit live albums ontsproten als Live at the Royal Albert Hall in 1993 en Then and Now in 1999.
Keith Emerson en bassist Greg Lake werkten tussen 1985 en 1990 ook nog  samen met Cozy Powell en  formeerden met deze drummer de bastaardincarnatie van ELP: Emerson, Lake & Powell. Verder speelde Emerson in de band 3.

Solocarrière

Tussen de perioden met ELP bracht Emerson in 1980 een soloalbum uit genaamd Honky. Hierop staan composities geïnspireerd op Caribische muziek. Verder kwam hij in die tijd met het album The Christmas Album, waarop hij op zijn eigen unieke wijze een aantal kerstnummers vertolkt. Daarna richtte hij zich op het componeren van filmmuziek. De muziek van de film Nighthawks (met Sylvester Stallone) werd door Emerson gecomponeerd. Verder leverde hij de muziek voor de horrofim Inferno van de Italiaanse culthorrormeester Dario Argento. Tevens componeerde hij de muziek bij de Japanse animatiefilm Harmagedon, waarbij hij een gouden plaat ontving voor zijn compositie van het titelnummer Children of The Light, gezongen door Rosemary Butler. De muziek bij Iron Man was ook van zijn hand. Dit was een tekenfilmserie voor tv van Marvel Animation.

Nadat de tweede versie van ELP was ontbonden in het jaar 2000, ging Emerson door met het uitbrengen van nieuw materiaal, zowel op cd als live. Er was ook in 2002 een reünie van The Nice waarbij hij in een show in het Schotse Glasgow weer samenspeelde met zijn oude makkers Lee Jackson en Brian Davison. Hierna bracht hij in 2003 een album uit, waarop hij solo piano speelt: Emerson plays Emerson. In datzelfde jaar bracht hij tevens zijn autobiografie uit: Pictures of an Exhibitionist. In 2005 werd door Castle Records Hammer It Out: The Anthology uitgebracht. Dit is een dubbelalbum met zeer gevarieerd materiaal. Het omspant een tijdsperiode van 1967 tot 2005. Het bevat zowel nummers van allerlei bands waaraan Emerson heeft deelgenomen als materiaal van hem als solist. Er staat een aantal nog niet eerder uitgebrachte composities op dit album.
Sinds 2004 toert Keith Emerson met zijn Keith Emerson Band in wisselende samenstellingen door de VS, UK, Europa en Japan. Tevens zijn er verschillende projecten geweest waarin hij samenwerkt met orkesten in Napels, Italië en Beijing (China). In augustus 2008 is het album Keith Emerson Band featuring Marc Bonilla uitgekomen, met de Amerikaan Marc Bonilla op gitaar en als producer Keith Wechsler.

Onderscheidingen

Door de jaren heen won Keith Emerson regelmatig de Overall Best Keyboardist Award in de jaarlijkse Keyboard Magazine Readers Poll, sinds de start van het tijdschrift in 1975. Hij bezet ook een ereplaats in de adviescommissie. Onlangs is hij, samen met Dr. Robert Moog, onderscheiden door het Smithsonian Institution voor zijn pioniersrol in de elektronische muziek. ◄

 
  gebruikersnaam:  
   
  wachtwoord:  
   
     
   
     
 

Wachtwoord vergeten?