De Leslie


Voor veel Hammond-liefhebbers is een Hammond orgel zonder Leslie box incompleet.
In een Leslie wordt het geluid roterend gemaakt, a.h.w. in beweging gezet.
In de meeste modellen, zoals de bekende Leslie 122, gebeurt dat d.m.v. een roterende hoorn voor de hogere frequenties en een roterende trommel voor de lage frequenties.
Gemiddeld genomen wordt uitsluitend het orgel/drawbar geluid naar de rotors geleid, met een simple cross-over voor de verdeling in hoog en laag
Men spreekt dan over een Leslie met individuele hoorn en drumrotor, die beiden door een eigen motorenset worden aangedreven.

OCTROOI AANVRAAG LESLIE 9 JULI 1956

Het Hammondgeluid wordt door een Leslie zóveel mooier, dat er vrijwel geen organisten zijn die zonder Leslie spelen.

Het orgelgeluid krijgt door toepassing van een Leslie een natuurlijk vibrato en het totale beeld van het geluid wordt er levendiger, breder en ruimtelijker van. 
Bovendien geeft de vervorming die als natuurlijk gevolg door de toepassing van radio buizen (lampen) ontstaat het geluid desgewenst nog een lekker ruig randje.
(Een radiobuis of -lamp gaat langzaam de vervorming in bij meer volume aansturing. 
Bij een transistor is dat wat anders: die gaat nl. ineens vervormen en niet geleidelijk. Vandaar dat sommigen een buizen Hammond prefereren met een buizen Leslie)

De Leslie is uitgevonden door Don Leslie aan het eind van de jaren dertig van de vorige eeuw.
 

Don Leslie vond het geluid van de Hammond aanvankelijk niet om over naar huis te schrijven. Hij is toen gaan experimenteren met diverse luidspreker opstellingen en vond uiteindelijk dat een speaker die in een roterende trommel zat, het mooiste resultaat gaf.

Don Leslie


Tot 1964 hadden Leslies slechts één snelheid en wel tremolo (hoge snelheid)
Overigens konden de rotors ook toen al worden stilgezet (off)
Na 1964 werden er twee motoren in de Leslie gemonteerd, zodat nu ook de langzame snelheid (chorale) mogelijk werd. Vanaf die datum had men dus stop, chorale en tremolo.
Het afwisselen van de (twee) snelheden geeft een extra muzikale dimensie. 

Toch konden de mens Hammond en Leslie om persoonlijke redenen met name in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw niet gemakkelijk door één deur.
Zo mochten Hammond dealers van Laurens Hammond zijn orgels niet meer verkopen als ze ook Leslie boxen gingen verkopen. Zelfs heeft Hammond een poging gewaagd om het Hammond model Leslie proof te maken. (Zie Cabinet 10
Zonder een eigen toonkabinet van Hammond kon dit orgel namelijk niet spelen!

 

Als reactie daarop introduceerde Don Leslie een z.g. Leslie kit, een geheel van schakelaars en aansluitkastjes waarmee de orgels tóch weer aan te sluiten waren op een Leslie.


Met deze draaischijf (waarop alle gerenommeerde merken orgels stonden) kon je, als adviseur in de winkel (Aart en ik hebben er wat versleten) gemakkelijk uitvinden, welke "kit" of pre-amp er tussen welk orgel en Leslie-box moest komen.


Uiteindelijk is de strijdbijl tussen  Hammond en Leslie begraven en heeft Hammond later Leslie ingelijfd.
Hoe dan ook, al decennia lang worden Hammond en Leslie in één adem genoemd.

LET OP: 
Elke Hammond heeft een bepaalde, specifieke aansluitkit nodig voor een bepaalde Leslie.
Een A 100 op een Leslie 122 kan, maar op een Leslie 147 is weer een andere kit nodig.
Gebruik altijd de correcte kit voor een maximaal muzikaal resultaat

Don Leslie thuis met zijn echtgenote


Een uniek interview met Don Leslie d.d. op 13 mei 2001:

http://www.namm.org/library/oral-history/don-leslie

   

 

VOLGENDE/NEXT

 
  gebruikersnaam:  
   
  wachtwoord:  
   
     
   
     
 

Wachtwoord vergeten?